Lidocaïne behandeling voor pijnklachten bij Long COVID; wat u moet weten
Informatie voor huisartsen en verwijzend specialisten over lidocaïne-therapie bij neuropathische pijnklachten ten gevolge van Long Covid en verwijzing via ZorgDomein.
Over de behandeling
Excellent Care Clinics biedt een behandeling aan voor neuropathische pijnklachten ten gevolge van Long Covid op basis van een formulering van lidocaïne met HP-β-CD als hulpstof, subcutaan toegediend.
Hoe verwijst u een patiënt?
Verwijzingen worden verwerkt via ZorgDomein. Hieronder vindt u een overzicht van het verwijsproces.
Verwijzing indienen via ZorgDomein
Ons team neemt contact op met de patiënt
Intake-afspraak wordt ingepland
Behandeling start, verwijzend arts wordt geïnformeerd
Praktische informatie
Behandeltype
Subcutane injectie — lidocaïne met HP-β-CD als hulpstof
Kosten & vergoeding zorg
De medische zorg wordt vergoed binnen een DBC voor pijngeneeskunde, De lidocaïne-apotheekbereiding voor thuistoediening wordt momenteel nog niet door zorgverzekeraars vergoed.
Verwerkingstijd
Verwijzingen worden doorgaans binnen 2 werkdagen verwerkt. De patiënt wordt vervolgens benaderd voor het inplannen van de intake.
Communicatie met verwijzend arts
U wordt op de hoogte gehouden van de behandelstatus en voortgang van uw patiënt.
Wetenschappelijk onderzoek
Voor het retrospectieve onderzoek naar de behandelresultaten met de aangepaste lidocaïneformulering voor thuistoediening heeft Excellent Care Clinics haar geanonimiseerde klinische data beschikbaar gesteld aan onderzoekers van het Amsterdam UMC en de Vrije Universiteit.
Partners
Veelgestelde vragen
Behandeling
Nee, dat is niet het geval. Behandeling met bestaande lidocaïne kan off-label worden voorgeschreven en toegepast. De aanwijzing gaat over de aangepaste lidocaïne voor thuisbehandeling. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft bepaald dat ECC de huidige behandeling met Lido-Cyclo alleen in onderzoeksverband mag voortzetten. De behandeling mag dus wel binnen een goedgekeurd klinisch onderzoek worden voortgezet.
De belangrijkste reden hiervoor is dat de IGJ zich bij deze aanwijzing baseert op de conclusie van de CCMO van februari 2026. Daarover wordt een juridische procedure gestart. Zolang hierover geen definitieve uitspraak is gedaan of hierover niet op een andere wijze afspraken zijn gemaakt, moet ECC zich echter aan de aanwijzing van de IGJ houden.
Het onderzoeksprotocol voor een bevestigende studie naar de thuisbehandeling, met een controlegroep, was reeds begin 2026 opgesteld en wordt nu met nationale en internationale onderzoekers besproken. Tegelijkertijd begrijpen wij de grote zorgen van onze patiënten en steunen wij het initiatief om alles in het werk te stellen om hun eigen behandeling te kunnen voortzetten terwijl het vervolgonderzoek wordt voorbereid en uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor hun streven om dit ook voor andere patiënten met een dringende hulpvraag mogelijk te houden. Vooralsnog is er echter geen signaal van de autoriteiten dat zij deze positie willen versoepelen of hierover het gesprek willen aangaan.
Dit betekent dat behandeling met Lido-Cyclo volgens de IGJ vanaf oktober alleen mag plaatsvinden als onderdeel van een vooraf beoordeeld en goedgekeurd klinisch onderzoek.
In zo’n onderzoek wordt onder meer vastgelegd:
- welke patiënten aan het onderzoek kunnen deelnemen;
- hoe de behandeling wordt uitgevoerd;
- welke medische controles en veiligheidsmetingen plaatsvinden;
- welke behandelresultaten worden gevolgd;
- hoe patiënten worden geïnformeerd en toestemming geven.
Een onderzoeksprotocol moet eerst door de bevoegde instantie, de medisch-ethische toetsingscommissie (METC), worden beoordeeld. Na goedkeuring door de METC kan de inclusie van patiënten beginnen. Met dergelijk onderzoek zijn ook aanzienlijke kosten gemoeid. Behandeling in onderzoeksverband is daardoor slechts voor een beperkt aantal patiënten mogelijk. Patiënten moeten bovendien voldoen aan de inclusiecriteria. Ook kan er sprake zijn van een controlegroep waarin een placebo wordt toegediend.
Dat is het streven van onze patiënten en van ons. Op basis van de huidige stand van zaken is dit echter niet mogelijk.
Patiënten kunnen mogelijk wel off-label worden behandeld met een klinische infuusbehandeling met lidocaïne 2%, eventueel aangevuld met lidocaïne spray voor thuisgebruik. Ook hiervoor is een verwijzing van de huisarts nodig. Met deze behandeling zijn eveneens effecten van lidocaïne waargenomen, maar deze waren minder uitgesproken dan bij de dagelijkse thuisbehandeling.
Voor patiënten met ernstige klachten is de reis naar een ziekenhuis of kliniek bovendien vaak al een te grote belasting, die tot verergering van hun klachten kan leiden. Het zal duidelijk zijn dat wij hierover nadrukkelijk in gesprek zullen blijven met de autoriteiten.
Binnen het onderzoek zal worden bekeken of patiënten met een ernstige aandoening en een dringende medische hulpvraag met voorrang kunnen worden beoordeeld. Ook wordt juridisch en medisch onderzocht of er in uitzonderlijke individuele situaties ruimte bestaat voor behandeling buiten het onderzoeksprotocol, bijvoorbeeld wanneer sprake is van ernstige pijn, een dringende hulpvraag en het ontbreken van een passend geregistreerd alternatief.
Een dringende hulpvraag leidt echter niet automatisch tot behandeling. Iedere situatie moet individueel door de behandelend arts worden beoordeeld en moet voldoen aan de geldende medische, farmaceutische en juridische voorwaarden. Daarbij staan patiëntveiligheid en zorgvuldige besluitvorming voorop.
Zodra duidelijk is wanneer het onderzoek kan starten, welke inclusiecriteria gelden en of een uitzonderingsmogelijkheid kan worden toegepast, zal ECC hierover nadere informatie publiceren. Patiënten hoeven zich hiervoor op dit moment niet opnieuw aan te melden.
Nee, de behandeling wordt op dit moment nog niet vergoed. De medicatie kosten zijn voor eigen rekening van de patiënt. Wel dalen de kosten momenteel sterk doordat de medicatie op grotere schaal geproduceerd wordt. Uiteraard blijft het doel dat de behandeling voor de vele patiënten met een zeer dringende hulpvraag zo snel mogeljk wordt vergoed.
Nee. Dit betreft een doorgeleverde apotheekbereiding: een gebruikelijke werkwijze waarbij, in samenwerking tussen behandelend arts en apotheker, een bestaande geregistreerde werkzame stof (lidocaïne) met een hulpstof wordt bereid voor een specifieke toedieningsvorm. Het werkzame molecuul (API) is ongewijzigd. Dit betekent dus geen nieuw molecuul en geen nieuwe werkzame stof.
Deze vraag is begrijpelijk. De apotheekbereiding van lidocaïne met HP-β-cyclodextrine is (nog) niet vergoed door zorgverzekeraars, waardoor patiënten en artsen zoeken naar goedkopere alternatieven.
Standaard lidocaïne-infuusvloeistof is hier echter niet geschikt voor.
Deze vorm van lidocaïne wordt in de pijngeneeskunde uitsluitend in het ziekenhuis toegediend, onder continue medische bewaking. Toediening via een infuus of injectie (intraveneus of subcutaan) kan namelijk leiden tot te hoge lidocaïne-bloedspiegels, met risico op ernstige bijwerkingen. Daarom vindt deze behandeling alleen plaats in een klinische setting.
Voor vrijwel alle long-COVID-patiënten is het bovendien te belastend om herhaaldelijk naar het ziekenhuis te komen. Om veilige thuisbehandeling mogelijk te maken, is daarom een aangepaste samenstelling ontwikkeld, waarbij aan lidocaïne de hulpstof hydroxypropyl-β-cyclodextrine (HP-β-CD) is toegevoegd.
Met deze samenstelling wordt beoogd dat lidocaïne na toediening onder de huid bij voorkeur via het lymfestelsel wordt opgenomen en minder in het bloed om patienten in staat te stellen deze thuis op een veilige manier zelf te injecteren. Daarnaast maakt HP-β-CD de injecties minder pijnlijk en kan de werkzame dosis in een kleiner injectievolumeworden toegediend, wat het risico op opname in het bloed verder verkleint.
De veiligheid, bijwerkingen en resultaten van deze aangepaste lidocaïnebehandeling zijn onderzocht bij 103 patiënten met long COVID, die intensief en dagelijks werden gemonitord. Deze gegevens zijn recent wetenschappelijk gepubliceerd.
Het thuis injecteren van standaard lidocaïne-infuusvloeistof is daarentegen niet onderzocht en wordt om veiligheidsredenen nadrukkelijk afgeraden. Huisartsen en medisch specialisten wordt daarom geadviseerd lidocaïne-infuusvloeistof uitsluitend binnen het ziekenhuis toe te passen.
Er is wel degelijk follow-up na het stoppen of afbouwen van de behandeling. De gepubliceerde resultaten lopen tot april 2025; sindsdien gaan we door met het volgen van deze patiënten. We zijn momenteel een vervolg publicatie aan het voorbereiden met gegevens tot 66 weken. De voorlopige analyses laten zien dat de positieve effecten op zowel lichamelijke als mentale gezondheid in veel gevallen stabiel blijven of zelfs verder toenemen en dat een aanzienlijk deel van de patiënten de medicatie heeft kunnen afbouwen of volledig stoppen zonder terugval naar het oude klachtenniveau.
Tegelijkertijd vinden we het, juist vanwege de impact van deze bevindingen, belangrijk om de resultaten te bevestigen en te verfijnen in een formele, placebogecontroleerde Randomized Controlled Trial. Zo'n RCT wordt nu voorbereid.
De huidreacties die bij de dagelijkse subcutane injecties kunnen optreden, worden in het artikel als "milde bijwerking" geclassificeerd omdat ze geen blijvende schade veroorzaken. In klinisch onderzoek worden bijwerkingen ingedeeld naar ernst: mild, matig, of ernstig (severity grading). Huidreacties zoals roodheid, zwelling, bloeduitstortingen of verhardingen vallen in de categorie mild adverse events.
Dat betekent niet dat deze klachten voor patiënten niet vervelend kunnen zijn. Echter, veel patiënten vonden de huidreacties ten gevolge van de dagelijkse injecties niet hinderlijk in verhouding tot de ervaren verbetering van hun klachten. De huidproblemen verdwijnen doorgaans binnen enkele weken tot maanden na het afbouwen/stoppen van de injecties.
Huidreacties zijn te verwachten bij frequente subcutane injecties, zoals ook bekend is bij bijvoorbeeld insuline- of antistollingsbehandelingen. Wel vragen deze reacties om aandacht. In de loop van de tijd zijn verschillende strategieën ingezet om de huid zo goed mogelijk te ondersteunen en problemen te beperken, zoals koelen, masseren, lymfedrainage, het gebruik van raster pleisters, en het regelmatig wisselen van injectieplaatsen.
In de studie beschrijven we de resultaten tot en met 36 weken na start van de behandeling, maar in de praktijk varieert de behandelduur per patiënt. Patiënten worden doorgaans meerdere maanden behandeld; de behandeling wordt voortgezet totdat iemand stabiel hersteld is tot ongeveer 80% van het functioneren van vóór het ontstaan van de ziekte. Op dat moment wordt in samenspraak tussen patiënt en behandelend arts gestart met afbouwen en, waar mogelijk, stoppen.
De behandeling bestaat uit subcutane (onderhuidse) injecties met lidocaïne-HP-β-CD, die patiënten thuis zelf toedienen volgens een vast schema. Tijdens de behandeling worden zij intensief gemonitord: patiënten rapporteren via een webapplicatie dagelijks de ernst van hun klachten, vullen op vaste momenten uitgebreidere vragenlijsten in, en komen ongeveer elke zes weken voor een klinische controle. Zo kunnen het beloop van de klachten, het moment van afbouwen en de veiligheid van de behandeling nauwkeurig worden gevolgd.
Voor Long Covid wordt geschat dat wereldwijd circa 450 miljoen mensen kampen met chronische, niet-spontaan verbeterende klachten. In Nederland gaat het naar schatting om 350.000–400.000 mensen (ongeveer 2–2,5% van de bevolking) met langdurige klachten, van wie rond de 100.000 ernstig ziek zijn.
Veel van deze ernstig zieke patiënten raken (deels) uit beeld, omdat er nog geen betrouwbare diagnostische test beschikbaar is. Medisch specialisten zoals neurologen, cardiologen en longartsen vinden in bloedonderzoek of op beeldvorming meestal weinig afwijkingen die de ernst van de klachten kunnen verklaren. Daardoor is de aandoening lange tijd óf benaderd als een lastig te duiden multisysteemziekte met verschillende mogelijke onderliggende mechanismen, óf – ten onrechte – vooral als psychosomatisch geïnterpreteerd, met grote medische, sociale en financiële gevolgen voor patiënten.
Het groeiende inzicht dat long covid waarschijnlijk een belangrijke immunologische component heeft en in elk geval bij een deel van de patiënten behandelbaar lijkt, luidt naar verwachting een nieuwe fase in, zowel voor patiënten als voor zorgverleners. De hier beschreven therapie is specifiek gericht op mensen met ernstige, invaliderende klachten; dat is een zeer grote groep, in Nederland en wereldwijd, voor wie nu nog nauwelijks effectieve behandelopties beschikbaar zijn.
Vragen over het verwijzen van een patiënt?
Ons team staat klaar om uw vragen te beantwoorden over het verwijsproces, behandelgeschiktheid of praktische details.
Neem contact op